ECLI:NL:PHR:2012:BT1783
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest hof Arnhem wegens onduidelijke motivering strafoplegging na onrechtmatige aanhouding
In deze zaak stond verdachte terecht voor medeplegen van het aanwezig hebben van heroïne en cocaïne in een woning, waarbij sprake was van handelshoeveelheden drugs. Het hof Arnhem had verdachte veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf en de tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf gelast.
De verdediging voerde aan dat de aanhouding en fouillering van verdachte onrechtmatig waren wegens het ontbreken van een redelijke verdenking, en dat dit vormverzuim strafvermindering zou moeten opleveren. Het hof verwierp dit beroep op strafvermindering, omdat het geen relatie zag tussen de onrechtmatige aanhouding en de tenlastegelegde feiten, mede omdat het bij verdachte aangetroffen geldbedrag niet voor bewijs werd gebruikt.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof zijn oordeel onvoldoende heeft gemotiveerd, aangezien het zelf in de bewezenverklaring een relatie tussen de aanhouding en de feiten heeft gelegd. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling, waarbij het hof duidelijk moet ingaan op het verweer over de onrechtmatige aanhouding en de gevolgen daarvan voor strafoplegging.
Uitkomst: Het arrest van het hof Arnhem wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.