ECLI:NL:GHARN:2010:BM2638
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- G. Mintjes
- J.W. Frieling
- P.H.A.J. Cremers
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen bezit van handelshoeveelheden heroïne en cocaïne
Verdachte werd beschuldigd van het medeplegen van het aanwezig hebben en handelen in heroïne en cocaïne in een woning te Enschede in de periode januari tot april 2009. Tijdens een doorzoeking werden aanzienlijke hoeveelheden drugs en bewerkingsmaterialen aangetroffen. Hoewel het hof sterke aanwijzingen voor handel zag, werd concrete handel niet bewezen geacht, waardoor verdachte daarvan werd vrijgesproken.
De bewijsvoering steunde op verklaringen van medeverdachten en getuigen, alsmede op de vondst van drugs en materialen in de woning van de moeder van verdachte. Verdachte had toegang tot de woning en werd samen met een medeverdachte aangehouden. De verdediging voerde onder meer onrechtmatigheid van de aanhouding en bewijsuitsluiting aan, maar dit werd verworpen.
Het hof kwalificeerde het bewezenverklaarde als medeplegen van het aanwezig hebben van drugs in strijd met de Opiumwet. Gelet op de hoeveelheid drugs en eerdere veroordelingen werd een gevangenisstraf van zes maanden opgelegd. Tevens werd de tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijke straf gelast.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 6 maanden gevangenisstraf voor medeplegen van het aanwezig hebben van handelshoeveelheden heroïne en cocaïne.