ECLI:NL:HR:2012:BU2046
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid beroep inzake onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal
In deze zaak heeft de klaagster een klaagschrift ingediend op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, met het verzoek tot teruggave van inbeslaggenomen goederen en tot een verbod op kennisneming en gebruik van gegevens die onrechtmatig zouden zijn verkregen.
Het hof heeft het beklag deels gegrond verklaard voor de teruggave van voorwerpen, maar de klaagster niet-ontvankelijk verklaard voor het verzoek om verwijdering van stukken uit het procesdossier en het verbod op gebruik van die gegevens.
De Hoge Raad bevestigt dat de wet geen bepaling bevat die de zittingsrechter of het gerecht bedoeld in artikel 552a Sv bevoegd maakt om onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal uit het dossier te verwijderen of het gebruik daarvan te verbieden na aanvang van het onderzoek. Daarom verklaart de Hoge Raad de klaagster niet-ontvankelijk in haar beroep en blijven de middelen buiten behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart klaagster niet-ontvankelijk in haar cassatieberoep en bevestigt dat onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal niet uit het dossier kan worden verwijderd.