ECLI:NL:HR:2012:BU4903

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 februari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/05136
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • J.B. Fleers
  • J.C. van Oven
  • F.B. Bakels
  • W.D.H. Asser
  • C.E. Drion
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in auteursrechtzaak tussen 7-Eleven en Laprior

In deze zaak stond een geschil tussen 7-Eleven Inc. en Laprior N.V. centraal, waarbij het ging om auteursrechtelijke kwesties. Het geding in de feitelijke instanties en het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba leidde tot een vonnis waarop 7-Eleven beroep in cassatie instelde.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere arresten en vonnissen, waaronder het arrest van 8 mei 2009 en het vonnis van 27 augustus 2010, die onderdeel uitmaken van het dossier. Laprior heeft geen verweerschrift ingediend in cassatie. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen, waarop 7-Eleven heeft gereageerd.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten. Het cassatieberoep wordt verworpen en 7-Eleven wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, die aan de zijde van Laprior nihil worden begroot.

Uitkomst: Het cassatieberoep van 7-Eleven wordt verworpen en 7-Eleven wordt veroordeeld in de kosten.

Uitspraak

17 februari 2012
Eerste Kamer
10/05136
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
7-ELEVEN INC.,
gevestigd te Dallas, Texas,
Verenigde Staten van Amerika,
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. R.F. Thunnissen,
t e g e n
LAPRIOR N.V.,
gevestigd te Sint Maarten,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als 7-Eleven en Laprior.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het arrest in de zaak 07/13358, LJN BH2956, NJ 2009, 222 van de Hoge Raad der Nederlanden van 8 mei 2009;
b. het vonnis in de zaak AR 326/03-H.220/06 van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba van 27 augustus 2010.
Het vonnis van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het vonnis van het hof heeft 7-Eleven beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Laprior heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van 7-Eleven heeft bij brief van 28 november 2011 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt 7-Eleven in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Laprior begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren J.C. van Oven, F.B. Bakels, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 17 februari 2012.