ECLI:NL:HR:2012:BU5323
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- B.C. de Savornin Lohman
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt voorwaardelijk opzet op zwaar lichamelijk letsel bij mishandeling met dodelijke afloop
In deze strafzaak stond de vraag centraal of verdachte voorwaardelijk opzet had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan het slachtoffer, wat uiteindelijk tot diens overlijden heeft geleid.
Het hof had vastgesteld dat verdachte het slachtoffer meermalen had geslagen, gestompt en geschopt, waarbij sprake was van excessief en zeer heftig geweld. Diverse getuigenverklaringen en deskundigenrapporten toonden aan dat het slachtoffer reeds bij de ontmoetingen pijn had, lichamelijk gekwetst was en in een slechte conditie verkeerde. Het hof concludeerde dat verdachte zich bewust was van de aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel en deze willens en wetens heeft aanvaard.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd door niet te eisen dat de verdachte de specifieke vorm van het letsel had moeten aanvaarden. Het bewijs en de omstandigheden rechtvaardigen het oordeel dat verdachte voorwaardelijk opzet had. Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het oordeel van het hof dat verdachte voorwaardelijk opzet had op zwaar lichamelijk letsel met de dood tot gevolg blijft in stand.