ECLI:NL:HR:2012:BU7357
Hoge Raad
- Cassatie
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- C.E. Drion
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontvankelijkheid hoger beroep in executiegeschil tegen dwangbevel
In deze zaak stonden eisers, wonende te verschillende woonplaatsen, tegenover het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, vertegenwoordigd door de invorderingsambtenaar, in een geschil over de executie van een dwangbevel. De rechtbank Alkmaar had op 25 februari 2009 een vonnis gewezen, waarna het gerechtshof Amsterdam op 23 februari 2010 een arrest uitbracht dat de ontvankelijkheid van het hoger beroep bevestigde.
Eisers stelden cassatieberoep in tegen het arrest van het hof, maar het Hoogheemraadschap verscheen niet in cassatie. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
Het arrest werd gewezen door de raadsheren Bakels, Asser en Drion en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Van Oven op 24 februari 2012. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt eisers in de kosten van het geding in cassatie, die nihil zijn aan de zijde van het Hoogheemraadschap.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de ontvankelijkheid van het hoger beroep in het executiegeschil.