ECLI:NL:HR:2012:BU9852
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Toepassing nieuwe regeling voorwaardelijke invrijheidstelling bij omzetting buitenlandse straf
In deze zaak stond centraal of de oude regeling van vervroegde invrijheidstelling of de nieuwe regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling van toepassing is op een straf die in het buitenland vóór 1 juli 2008 is opgelegd, maar waarvan de omzetting in een Nederlandse gevangenisstraf ná die datum heeft plaatsgevonden.
De eiser was in het Verenigd Koninkrijk veroordeeld tot twaalf jaar gevangenisstraf, waarna de straf op grond van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen (Wots) door de Nederlandse rechtbank te Rotterdam werd omgezet in een straf van 60 maanden. De vraag was welke regeling van toepassing is op de voorwaardelijke invrijheidstelling van deze straf.
De Hoge Raad oordeelde dat de Nederlandse omzettingsbeslissing een zelfstandige veroordeling tot vrijheidsstraf inhoudt, die gebonden is aan de buitenlandse veroordeling, maar volgens Nederlands recht wordt vastgesteld. Hierdoor is de nieuwe regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling van toepassing, ook al dateert de buitenlandse veroordeling van vóór 1 juli 2008. Het beroep van eiser werd verworpen en de kosten werden aan hem opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de nieuwe regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling van toepassing is op de Nederlandse omzetting van een buitenlandse straf na 1 juli 2008.