ECLI:NL:HR:2012:BV0651
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Eigenwoningregeling van toepassing bij erfpacht afhankelijk recht van opstal
Belanghebbende en haar echtgenoot, aandeelhouders van een BV, bewoonden een woning die eigendom was van de BV en gevestigd was op grond die in erfpacht was uitgegeven. De erfpacht werd omgezet in een erfpachtrecht op de grond met een afhankelijk opstalrecht op de woning. Voor het jaar 2002 brachten zij betalingen voor erfpacht en opstal in aftrek bij hun aangifte inkomstenbelasting, welke door de Inspecteur werden afgewezen.
De Rechtbank en het Hof verklaarden de woning aan te merken als eigen woning in de zin van artikel 3.111 lid 1 Wet IB 2001. De Staatssecretaris stelde hiertegen cassatieberoep in. De Hoge Raad oordeelde dat een woning die eigendom is krachtens een recht van opstal op erfpachtgrond in aanmerking komt voor de eigenwoningregeling, zonder dat economische eigendom hoeft te worden onderzocht.
De Hoge Raad verwierp het verweer dat sprake zou zijn van een huuranaloge situatie en bevestigde dat de aanvullende contractuele voorwaarden over waardeontwikkeling deel uitmaken van het opstalrecht. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard en de Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de eigenwoningregeling is van toepassing op de woning met erfpacht afhankelijk recht van opstal.