ECLI:NL:HR:2012:BV1922
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Th. Groeneveld
- G. de Groot
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt fiscale kwalificatie preferente aandelen bij overdrachtsbelasting
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting opgelegd vanwege de verkrijging van aandelen in G B.V., een onroerendezaaklichaam. De inspecteur stelde dat belanghebbende voor ten minste een derde van het nominaal gestorte kapitaal aandeelhouder was, omdat preferente aandelen uitgegeven aan een bevriende relatie fiscaal genegeerd moesten worden. Dit leidde tot een geschil over de fiscale kwalificatie van deze preferente aandelen.
De Rechtbank Haarlem vernietigde de uitspraak van de inspecteur en stelde de naheffingsaanslag nihil. Het Hof Amsterdam bevestigde dit oordeel. De Hoge Raad heeft in cassatie overwogen dat de preferente aandelen aan J, ondanks de relatie met belanghebbende, niet genegeerd mogen worden voor de toepassing van de Wet op belastingen van rechtsverkeer. Er was geen sprake van wetsontduiking (fraus legis) omdat de uitgifte van preferente aandelen niet in strijd was met de doelstelling van de wet.
De Hoge Raad verwierp het beroep van de Staatssecretaris van Financiën en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Hiermee blijft de naheffingsaanslag tot nihil verminderd. Er werden geen proceskosten aan de Staat opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting blijft nihil.