ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ1824
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- O.B. Onnes
- A.P.M. van Rijn
- I.J.F.A. van Vijfeijken
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen naheffingsaanslag overdrachtsbelasting wegens aanmerkelijk belang in onroerende-zaaklichaam
De inspecteur legde aan belanghebbende een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op wegens vermeende verkrijging van een aanmerkelijk belang in een onroerende-zaaklichaam. De rechtbank vernietigde deze aanslag en verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond. De inspecteur ging in hoger beroep en voerde aan dat de preferente aandelen fiscaal hergekwalificeerd moesten worden en dat sprake was van fraus legis.
Het hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Het oordeelde dat de preferente aandelen wel degelijk civielrechtelijk en fiscaal bestaan en dat deze niet genegeerd kunnen worden bij de beoordeling van het aanmerkelijk belang. De inspecteur kon niet aannemelijk maken dat de aandelen slechts waren uitgegeven om belastingheffing te ontwijken. Ook het beroep op fraus legis faalde omdat de feiten niet vergelijkbaar waren met eerdere arresten waarin dit leerstuk werd toegepast.
Het hof concludeerde dat de naheffingsaanslag terecht was vernietigd en veroordeelde de inspecteur tot betaling van proceskosten. De uitspraak bevestigt dat fiscale herkwalificatie en fraus legis niet zomaar toegepast kunnen worden zonder voldoende grond en dat het civielrechtelijk bestaan van aandelen doorslaggevend is voor de fiscale kwalificatie.
Uitkomst: Het hof bevestigt vernietiging van de naheffingsaanslag omdat geen sprake is van verkrijging van een aanmerkelijk belang in een onroerende-zaaklichaam.