ECLI:NL:HR:2012:BV2019

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 januari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/05278
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 339 lid 2 RvArt. 402 lid 2 Rv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens overschrijding termijn in kort geding

In deze zaak heeft eiser beroep in cassatie ingesteld tegen een tussenarrest van het gerechtshof Amsterdam in een kort gedingprocedure. Het hof had op 21 september 2010 een tussenarrest gewezen, waartegen cassatie mogelijk was binnen een termijn van acht weken.

De Hoge Raad stelt vast dat de cassatietermijn op 16 november 2010 is verstreken en dat de dagvaarding pas op 30 november 2010 is uitgebracht. Hierdoor is het cassatieberoep te laat ingediend en derhalve niet-ontvankelijk.

De Hoge Raad wijst erop dat de wettelijke termijnen strikt moeten worden nageleefd en dat overschrijding leidt tot niet-ontvankelijkheid. De conclusie van de Advocaat-Generaal tot niet-ontvankelijkheid wordt gevolgd. De Hoge Raad veroordeelt eiser in de kosten van het geding, die aan de zijde van verweerster nihil worden begroot.

De uitspraak is gedaan door de vice-president en raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Van Oven op 27 januari 2012.

Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de cassatietermijn.

Uitspraak

27 januari 2012
Eerste Kamer
10/05278
EE/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. J. Groen,
t e g e n
[Verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 1138470 KK EXPL 10-313 van de kantonrechter te Amsterdam van 13 april 2010;
b. de arresten in de zaak 200.064.011/01 SKG van het gerechtshof te Amsterdam van 21 september 2010 (tussenarrest) en 28 december 2010 (eindarrest).
Het tussenarrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het tussenarrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerster] is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot niet-ontvankelijk verklaring van eiser in zijn cassatieberoep.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Ingevolge art. 402 lid 2 in Pro verbinding met art. 339 lid 2 Rv Pro. kon tegen het onder 2 aangeduide arrest beroep in cassatie worden ingesteld binnen acht weken, te rekenen van de dag van de uitspraak. De cassatietermijn verstreek op 16 november 2010. De dagvaarding is op 30 november 2010 uitgebracht, zodat het cassatieberoep te laat is ingesteld. [Eiser] zal derhalve in zijn cassatieberoep niet-ontvankelijk worden verklaard.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren F.B. Bakels en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 27 januari 2012.