ECLI:NL:HR:2012:BV2372
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering reiskostenvergoeding op grond van CAO-bepalingen
Eiseres vorderde van haar werkgever een vergoeding van reiskosten op grond van bepalingen in de toepasselijke CAO. Na afwijzing door de kantonrechter en het gerechtshof stelde zij beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof.
De Hoge Raad verwijst naar de eerdere uitspraken en concludeert dat de klachten van eiseres niet leiden tot cassatie, omdat zij geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opleveren. De conclusie van de Advocaat-Generaal tot verwerping van het beroep wordt gevolgd.
Het beroep wordt verworpen en eiseres wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, die aan de zijde van verweerder op nihil worden begroot. Hiermee blijft het oordeel van het hof in stand dat de vordering tot reiskostenvergoeding niet toewijsbaar is op grond van de CAO-bepalingen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en haar vordering tot reiskostenvergoeding afgewezen.