ECLI:NL:HR:2012:BV2855
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vermindert gevangenisstraf en verduidelijkt alternatieve vergoedingsplicht benadeelde partij
In deze strafzaak heeft de Hoge Raad op 20 maart 2012 uitspraak gedaan over het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De verdachte was veroordeeld tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij en een schadevergoedingsmaatregel aan de Staat.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof in zijn arrest verzuimd had te vermelden dat de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij en de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel een alternatieve vergoedingsplicht met zich meebrengt. Dit betekent dat de verdachte is gekweten van zijn schadeloosstellingplicht indien hij aan één van de opgelegde wijzen van vergoeding voldoet.
Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro was overschreden, wat leidde tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf tot 253 dagen, waarvan 155 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot 253 dagen, waarvan 155 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en de alternatieve vergoedingsplicht is verduidelijkt.