ECLI:NL:HR:2012:BV2862

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 maart 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/00630
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 6 EVRM
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatiezaak

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld en geconcludeerd dat het middel niet tot cassatie kan leiden, behalve dat de opgelegde gevangenisstraf moet worden verminderd vanwege overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.

De Advocaat-Generaal had reeds geconcludeerd tot vernietiging van het arrest wat betreft de strafmaat en tot vermindering van de straf, terwijl het beroep voor het overige werd verworpen. De Hoge Raad volgt deze conclusie en vermindert de gevangenisstraf tot vijf maanden en drie weken.

De Hoge Raad motiveert dat de overschrijding van de redelijke termijn van meer dan twee jaar na het instellen van het cassatieberoep een vermindering van de straf rechtvaardigt. Het middel zelf leidt niet tot cassatie omdat het geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevat.

De uitspraak is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en is uitgesproken op 20 maart 2012. Hiermee wordt het arrest van het hof vernietigd voor wat betreft de strafduur en de straf verminderd, terwijl het beroep in cassatie voor het overige wordt afgewezen.

Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot vijf maanden en drie weken wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

20 maart 2012
Strafkamer
nr. S 10/00630
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 28 januari 2010, nummer 20/003873-07, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak doch uitsluitend wat betreft de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van zes maanden.
4. Slotsom
Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 3 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
vermindert deze in die zin dat deze vijf maanden en drie weken beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 20 maart 2012.