ECLI:NL:HR:2012:BV8175
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over onzakelijke leningen dga aan BV
Belanghebbende, directeur-grootaandeelhouder van een BV, had meerdere leningen verstrekt aan zijn BV zonder zekerheid en tegen rentepercentages die afweken van marktconforme tarieven. De BV gebruikte deze leningen onder meer voor de aankoop van aandelen in een Duitse GmbH.
De Inspecteur corrigeerde de afwaardering van deze leningen in de aangifte inkomstenbelasting 2004, wat leidde tot een geschil over de zakelijkheid van deze leningen. De Rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond, maar het Hof vernietigde dit en oordeelde dat de leningen onzakelijk waren, mede omdat belanghebbende een debiteurenrisico liep dat een onafhankelijke derde niet zou hebben genomen.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof ten onrechte gewicht heeft toegekend aan de overeengekomen rente bij de beoordeling van de zakelijkheid. Volgens het arrest van 25 november 2011 moet de rente worden getoetst aan het 'at arm's length'-beginsel en alleen bij het ontbreken van een marktconforme rente kan worden aangenomen dat sprake is van een onzakelijke lening.
Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling met inachtneming van deze maatstaf. De Hoge Raad veroordeelt de Staat tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan belanghebbende.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het arrest van het Hof vernietigd en de zaak terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.