ECLI:NL:HR:2012:BV8217

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 april 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/04862
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 40b OnteigeningswetArt. 81 RO
Verwijzingen
7 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging waardebepaling schadeloosstelling bij onteigening volgens artikel 40b Onteigeningswet

In deze zaak staat de vaststelling van de verschuldigde schadeloosstelling bij onteigening centraal, waarbij de waardebepaling van het onteigende volgens artikel 40b lid 2 van de Onteigeningswet wordt getoetst. Eiseressen, wonende in België, stelden zich op het standpunt dat de waardebepaling onjuist was, waarna de zaak via verschillende instanties is behandeld.

De rechtbank Rotterdam heeft eerder vonnissen gewezen, gevolgd door een arrest van de Hoge Raad in 2006 en arresten van het gerechtshof te 's-Gravenhage in 2008 en 2010. Het eindarrest van het hof is aan dit arrest gehecht. Tegen dit eindarrest hebben eiseressen cassatieberoep ingesteld.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen, waarbij is overwogen dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en geen nadere motivering behoeven, omdat zij niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Tevens zijn eiseressen veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

De uitspraak bevestigt daarmee het eerdere oordeel over de waardebepaling van de schadeloosstelling bij onteigening en sluit het geschil af.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het oordeel van het hof over de waardebepaling van de schadeloosstelling bij onteigening wordt bevestigd.

Uitspraak

13 april 2012
Eerste Kamer
10/04862
EE/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1],
wonende te [woonplaats], België,
2. [Eiser 2],
wonende te [woonplaats], België,
3. [Eiseres 3],
wonende te [woonplaats], België,
4. [Eiseres 4],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,
t e g e n
DE GEMEENTE LANSINGERLAND,
zetelende te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J.P. van den Berg.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en de Gemeente.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaken 182091/HA ZA 02-1853 en 182083/HA ZA 02-1851 van de rechtbank Rotterdam van 5 december 2002 en 5 januari 2005;
b. het arrest in de zaak C05/083HR (1431), LJN AV9438, van de Hoge Raad der Nederlanden van 30 juni 2006;
c. de arresten in de zaak 105.005.929/01 (rolnummer oud 07/64) van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 23 september 2008 (tussenarrest) en 7 september 2010 (eindarrest).
Het eindarrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het eindarrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 771,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 13 april 2012.