ECLI:NL:HR:2012:BV9546
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verdeling onroerende zaken onder erfgenamen
In deze zaak stond de verdeling van onroerende zaken die gezamenlijk toebehoorden aan erfgenamen centraal. Eiser en medeeisers stelden cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, dat de verdeling had geregeld. Verweerster was in cassatie niet verschenen en verstek was verleend.
De Hoge Raad verwees naar de eerdere vonnissen van de rechtbank Breda en het arrest van het hof, die aan het arrest gehecht waren. De conclusie van de Advocaat-Generaal strekte tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep werd verworpen en de kosten werden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.