Conclusie
Zitting: 29 april 2016
(hierna: de erven [betrokkene 1])
wonende te Sint Maarten
(hierna: de erven [betrokkene 2 en 3])
1.Feiten
It is bounded by the parcel of land of the Heirs of [betrokkene 4], the lands of [betrokkene 5], by lands in the French division of the Island and by the public road (namely Marigot hill road), as shown on the attached plan.
Furthermore it is unclear what area the lands have that a.o. [betrokkene 1] has a share in. Originally it were 2 acres, later the deed referred to 3 acres.
It is important to determine what should be right, because [betrokkene 1]/Buntin bounds to the west by Arrow.”
2.Procesverloop
rockwallsof de resten daarvan, een en ander zoals nader aangegeven in de meetbrief 1996, no. 457.
3.Bespreking van het cassatiemiddel
onzekeris. Art. 5:47 BW Pro is dus (pas) toepasselijk, indien geen van beide partijen in staat is te bewijzen waar de grens loopt. [4] In de parlementaire geschiedenis is hierover het volgende opgemerkt:
onzekeris. De stelling van een der partijen, dat de grens
zekeris, doet dus een prealabele vraag rijzen, waarover de rechter uitspraak moet doen voordat hij een grensbepaling als in dit artikel bedoeld, kan geven. Deze prealabele vraag rijst, wanneer de eiser primair vordert, dat de rechter zal verstaan, dat de grens langs een door eiser aangegeven lijn ligt, en subsidiair, dan [dat – a-g] de rechter met toepassing van het onderhavige artikel de grensonzekerheid zal opheffen. Dezelfde vraag rijst ook, wanneer de gedaagde als verweer tegen een vordering tot grensbepaling aanvoert, dat hij zekerheid omtrent de grens kan verschaffen; slaagt hij er in de juiste grens aan te wijzen, dan moet de vordering worden afgewezen.
kanworden, ook al is het na een langdurige en gecompliceerde bewijslevering, dan kan niet gezegd worden dat de grens onzeker is. [10] De vordering tot grensbepaling kan volgens art. 5:47 BW Pro ‘te allen tijde’ worden ingesteld, hetgeen betekent dat zij niet kan verjaren.
rockwallsaanwezig die het perceel op een heldere wijze afbakenen van de ten oosten gelegen gronden van de erven [betrokkene 2 en 3]. Ook op dit punt is het Hof uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting, althans heeft het zijn oordeel op dit punt onvoldoende gemotiveerd. Ten slotte is het oordeel van het Hof onvoldoende gemotiveerd omdat zonder nadere motivering en/of uitleg van de inhoud van akten, uit de stukken van het Kadaster niet blijkt dat meetbrief no. 457 van 1996 destijds verkeerd is opgemaakt.
kunnenaanwijzen, waartoe zo nodig bewijslevering dient plaats te vinden. Het Hof heeft de beantwoording van deze ‘prealabele vraag’ – of het na bewijslevering mogelijk is de juiste grens aan te wijzen – ten onrechte overgeslagen en is daarmee van een onjuiste rechtsopvatting uitgegaan. Dat het hof eerst de vraag diende te beantwoorden of het na bewijslevering mogelijk is de juiste grens aan te wijzen, is zeker het geval nu een van partijen (de erven [betrokkene 1]) zich (a) op verkrijgende verjaring beroept en (b) aanvoert dat de grens wordt bepaald door ligging van de
rockwalls, terwijl met het oog op deze stellingen ook een bewijsaanbod is gedaan. Pas bij een ontkennende beantwoording van die vraag, kan worden vastgesteld dat sprake is van een onzekere grens.
Voor zover het Hof gemeend heeft dat in het licht van meetbrief 457/1996 de argumenten van de erven [betrokkene 1] hoe dan ook niet tot vaststelling van de erfgrens kunnen leiden zodat de prealabele vraag niet hoeft te worden beantwoord, berust ook dat op een onjuiste rechtsopvatting. Met de ligging van de kadastrale grens is immers de eigendomsgrens nog niet gegeven. [14]
rockwallsaanwezig zijn die het perceel op een heldere wijze afbakenen van de ten oosten gelegen gronden van de erven [betrokkene 2 en 3]. Ook wordt betoogd dat uit de informatie van het Kadaster geen heldere conclusie is af te leiden en dat zonder nadere toelichting door het Kadaster partij wordt gekozen voor de erven [betrokkene 2 en 3].