ECLI:NL:HR:2012:BW0373

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 maart 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/02963
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot wijziging partneralimentatie afgewezen door Hoge Raad

De vrouw heeft bij de Hoge Raad cassatieberoep ingesteld tegen de eindbeschikking van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 30 maart 2011, waarin een verzoek tot wijziging van partneralimentatie werd behandeld.

De procedure in de feitelijke instanties omvatte beschikkingen van de rechtbank 's-Gravenhage uit 2007 en 2008, en een tussen- en eindbeschikking van het hof in 2009 en 2011. De man heeft geen verweerschrift in cassatie ingediend.

De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

Daarom werd het cassatieberoep verworpen en bleef de eindbeschikking van het hof in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw tegen de wijziging van partneralimentatie is verworpen.

Uitspraak

30 maart 2012
Eerste Kamer
11/02963
EE/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. W.G.H. Janssen,
t e g e n
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak 264931/FA RK 06-2773 van de rechtbank 's-Gravenhage van 23 januari 2007 en 22 januari 2008;
b. de beschikkingen in de zaak 200.005.542.01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 8 april 2009 (tussenbeschikking) en 30 maart 2011 (eindbeschikking).
De eindbeschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de eindbeschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De man heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en A.H.T. Heisterkamp, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 30 maart 2012.