ECLI:NL:PHR:2012:BW0373
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt nihilstelling partneralimentatie na wijziging draagkracht man
Partijen waren gehuwd van 1993 tot 2004. De vrouw vorderde verhoging van de partneralimentatie op grond van toegenomen verdiencapaciteit van de man. De rechtbank kende een verhoging toe, maar het hof stelde na deskundigenonderzoek vast dat de man onvoldoende draagkracht had vanwege negatieve resultaten van zijn vennootschap en investeringen in onroerend goed.
Het hof stelde de partneralimentatie daarom met ingang van 1 augustus 2006 op nihil, waarbij de vrouw hetgeen zij teveel had ontvangen niet hoefde terug te betalen. De vrouw stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing, maar voerde geen verweer in cassatie.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat waardestijgingen van onroerend goed niet als inkomen konden worden aangemerkt en dat het niet redelijk was van de man te verlangen dat hij zou verkopen of extra lasten zou dragen. Ook de klachten over beheerskosten en stellingen over eigen woning en inkomsten van de huidige partner faalden wegens onvoldoende feitelijke onderbouwing.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de nihilstelling van de partneralimentatie.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de nihilstelling van de partneralimentatie.