ECLI:NL:HR:2012:BW3677
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- J. Wortel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geldigheid bekendmaking APV Leeuwarden messenverbod
Op 2 april 2007 werd verdachte ten laste gelegd dat hij in een voor het publiek toegankelijk gebouw, de arrondissementsrechtbank te Leeuwarden, een mes bij zich had binnen een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gebied. De verdediging voerde aan dat artikel 2.1.1.4 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Leeuwarden, waarin het messenverbod is opgenomen, niet deugdelijk was bekendgemaakt en daarom niet verbindend was.
De verdediging stelde dat uit het dossier niet bleek dat het besluit tot aanwijzing van het veiligheidsrisicogebied op de voorgeschreven wijze was gepubliceerd, zoals vereist volgens de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht. Dit zou leiden tot nietigheid van het besluit en daarmee tot vrijspraak van verdachte.
Het hof heeft dit verweer beoordeeld en geoordeeld dat het niet als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt in de zin van artikel 359, tweede lid, tweede volzin, Sv kon worden aangemerkt. Het hof heeft het motiveringsvoorschrift correct toegepast en het verweer verworpen. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatieberoep af.
De Hoge Raad benadrukt dat het motiveringsvereiste van artikel 359 Sv Pro geldt voor uitdrukkelijk onderbouwde standpunten en dat het hof niet verplicht is te motiveren waarom het niet op een niet-onderbouwd standpunt ingaat. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 15 mei 2012.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Leeuwarden bevestigd.