ECLI:NL:HR:2012:BW4981
Hoge Raad
- Cassatie
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- C.E. Drion
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot verlenging van partneralimentatie afgewezen door Hoge Raad
In deze zaak verzocht de vrouw om verlenging van de duur van de partneralimentatie overeenkomstig artikel 1:157 lid 5 van Pro het Burgerlijk Wetboek. De rechtbank Middelburg wees dit verzoek af op 27 oktober 2010, waarna het gerechtshof te 's-Gravenhage het vonnis van de rechtbank bevestigde op 27 juli 2011.
De vrouw stelde beroep in cassatie in tegen de beschikking van het gerechtshof. De man verzocht het beroep te verwerpen dan wel de vrouw niet-ontvankelijk te verklaren. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde daarmee de eerdere beslissingen.
De uitspraak werd gedaan door de raadsheren Bakels, Asser en Drion, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Van Oven op 22 juni 2012.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen en het verzoek tot verlenging van partneralimentatie afgewezen.