ECLI:NL:HR:2012:BW4981

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 juni 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/04695
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 1:157 lid 5 BW
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot verlenging van partneralimentatie afgewezen door Hoge Raad

In deze zaak verzocht de vrouw om verlenging van de duur van de partneralimentatie overeenkomstig artikel 1:157 lid 5 van Pro het Burgerlijk Wetboek. De rechtbank Middelburg wees dit verzoek af op 27 oktober 2010, waarna het gerechtshof te 's-Gravenhage het vonnis van de rechtbank bevestigde op 27 juli 2011.

De vrouw stelde beroep in cassatie in tegen de beschikking van het gerechtshof. De man verzocht het beroep te verwerpen dan wel de vrouw niet-ontvankelijk te verklaren. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde daarmee de eerdere beslissingen.

De uitspraak werd gedaan door de raadsheren Bakels, Asser en Drion, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Van Oven op 22 juni 2012.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen en het verzoek tot verlenging van partneralimentatie afgewezen.

Uitspraak

22 juni 2012
Eerste Kamer
11/04695
DV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. J. Dongelmans,
t e g e n
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. P.S. Kamminga.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 72371/FA RK 10-392 van de rechtbank Middelburg van 27 oktober 2010;
b. de beschikking in de zaak MHV 200.077.388/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 27 juli 2011.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De man heeft verzocht het beroep te verwerpen, dan wel de vrouw daarin niet-ontvankelijk te verklaren.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 22 juni 2012.