ECLI:NL:HR:2012:BW6174
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- B.C. de Savornin Lohman
- W.F. Groos
- Y. Buruma
- J. Wortel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van ad informandum gevoegde feiten bij straftoemeting ondanks ontbreken advocaatbijstand
In deze strafzaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie van de verdachte verworpen tegen een arrest van het Gerechtshof Leeuwarden. Het geschil betrof de vraag of het Hof ten onrechte rekening heeft gehouden met ad informandum gevoegde feiten bij de straftoemeting, terwijl de verdachte bij het eerste politieverhoor niet was gewezen op het recht een advocaat te raadplegen.
De Hoge Raad overweegt dat het de rechter vrij staat om bij de strafoplegging rekening te houden met dergelijke feiten, mits de verdachte deze feiten ter terechtzitting erkent en het openbaar ministerie geen strafvervolging ter zake instelt. Het ontbreken van advocaatbijstand bij het eerste verhoor staat hier niet aan in de weg.
Ook als de verdachte niet ter terechtzitting verschijnt, kan het niet tenlastegelegde feit als strafverzwarende omstandigheid worden meegewogen, mits aan strikte voorwaarden is voldaan, waaronder tijdige mededeling en aannemelijke erkenning elders. Het beroep van de verdachte werd verworpen omdat de klacht niet eerder aan het Hof was voorgelegd en de Hoge Raad geen aanleiding zag tot cassatie.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat ad informandum gevoegde feiten erkend door verdachte ter terechtzitting mogen worden meegewogen bij straftoemeting ondanks ontbreken advocaatbijstand bij eerste verhoor.