ECLI:NL:HR:2012:BW6712

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 juni 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/01192
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 350 lid 3 FArt. 350 lid 5 F
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling met faillietverklaring

In deze zaak stond de tussentijdse beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen (WSNP) centraal, waarbij de schuldenaar failliet werd verklaard. De rechtbank 's-Hertogenbosch had op 2 december 2011 een vonnis gewezen en het gerechtshof te 's-Hertogenbosch had op 28 februari 2012 een arrest gewezen waarin de beëindiging van de schuldsaneringsregeling werd bevestigd.

De schuldenaar, aangeduid als verzoeker, stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarom verwerpt de Hoge Raad het cassatieberoep en bevestigt daarmee het arrest van het hof waarin de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling met faillietverklaring werd uitgesproken. Het arrest is gewezen door de raadsheren Bakels, Asser, Drion en in het openbaar uitgesproken door Van Oven op 22 juni 2012.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling met faillietverklaring.

Uitspraak

22 juni 2012
Eerste Kamer
12/01192
DV/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 10/355 R van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 2 december 2011,
b. het arrest in de zaak HV 200.098.509/01 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 28 februari 2012.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verweerder] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 22 juni 2012.