ECLI:NL:HR:2012:BW6752

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 juli 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/02157
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt dat toezegging locatie door gemeente rechten aan brief verleent

In deze zaak stond centraal of een toezegging van een locatie door de gemeente Amsterdam aan BUNGY JUMP HOLLAND B.V. rechten aan de brief kon ontlenen. De feiten en eerdere vonnissen van rechtbank en gerechtshof betroffen de locatieverstrekking en de daarop volgende geschillen tussen partijen.

BUNGY JUMP HOLLAND B.V. stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam, waarin het beroep van de gemeente werd bevestigd. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de Hoge Raad het beroep eveneens verwierp.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering geen nadere motivering nodig was. Hiermee werd het arrest van het gerechtshof bekrachtigd en de gemeente in het gelijk gesteld.

De Hoge Raad veroordeelde BUNGY JUMP HOLLAND B.V. tevens in de kosten van het geding in cassatie. Het arrest werd uitgesproken door raadsheren Bakels, Heisterkamp, Drion en van Oven op 13 juli 2012.

Uitkomst: Het cassatieberoep van BUNGY JUMP HOLLAND B.V. wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof bevestigd.

Uitspraak

13 juli 2012
Eerste Kamer
11/02157
TT/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
BUNGY JUMP HOLLAND B.V.,
gevestigd te 's-Gravenhage,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. C.S.G. Janssens en mr. A.H. Vermeulen,
t e g e n
GEMEENTE AMSTERDAM,
zetelende te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. K.G.W. van Oven.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als BJH en de Gemeente.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 358664 / HA ZA 06-4046 van de rechtbank Amsterdam van 28 februari 2007, 26 september 2007 en 22 juli 2009;
b. het arrest in de zaak 200.051.255/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 1 februari 2011.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft BJH beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor BJH toegelicht door haar advocaten en voor de Gemeente door mr. B.F.L.M. Schim, advocaat te Amsterdam.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van BJH heeft bij brief van 7 juni 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt BJH in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 781,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 13 juli 2012.