ECLI:NL:PHR:2012:BW6752
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geen bindende toezegging gemeente voor permanente locatie aan Bungy Jump Holland
Bungy Jump Holland (BJH) vorderde dat de gemeente Amsterdam gehouden was een permanente locatie toe te wijzen voor haar bungeejumpactiviteiten, gebaseerd op een brief uit 1996 (de [A]brief). Na diverse procedures stelde de rechtbank aanvankelijk dat de gemeente gebonden was aan die toezegging, maar oordeelde later dat de brief vals was en dat er geen bindende toezegging bestond. Het hof bekrachtigde dit oordeel en concludeerde dat uit de brief geen toezegging voor een permanente locatie kon worden afgeleid, mede omdat BJH steeds akkoord ging met tijdelijke locaties.
BJH stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof, stellende dat het hof onjuist van de echtheid van de brief was uitgegaan en buiten de grenzen van de rechtsstrijd trad door de brief anders uit te leggen dan in eerdere procedures. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep. Het hof had terecht veronderstellenderwijs van de echtheid van de brief uitgegaan en de inhoud ervan juist beoordeeld. De brief bevatte geen bindende toezegging voor een permanente locatie.
De Hoge Raad bevestigde dat BJH geen aanspraak kon maken op een permanente locatie op grond van de brief en dat de vorderingen daarom niet konden slagen. De procedure werd daarmee definitief afgesloten in het voordeel van de gemeente.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de gemeente geen bindende toezegging had gedaan voor een permanente locatie aan BJH.