ECLI:NL:HR:2012:BW8685
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt wederrechtelijk binnendringen in besloten erf ondanks verwijdering erfscheiding door derden
De zaak betreft het cassatieberoep van een verdachte die werd veroordeeld voor het wederrechtelijk binnendringen in een besloten erf aan de Van Ostadestraat te Amsterdam. Het hof had vastgesteld dat het terrein feitelijk in gebruik was bij Stichting De Alliantie Amsterdam, die het terrein had afgesloten met bouwhekken. Deze hekken waren op 11 november 2007 door krakers verwijderd, waarna de verdachte samen met anderen het terrein betrad.
De verdachte voerde in hoger beroep aan dat het erf niet feitelijk in gebruik was bij een ander en dat er geen sprake was van wederrechtelijk binnendringen. De Hoge Raad oordeelde dat het begrip 'besloten erf' inhoudt dat het erf kenbaar is afgescheiden en in gebruik is bij een ander, en dat het binnendringen strafbaar is indien dit tegen de wil van de rechthebbende geschiedt.
De Hoge Raad verwierp de stelling dat het wederrechtelijk binnendringen niet kan worden aangenomen als de erfscheiding door derden zonder toestemming was verwijderd. Uit de bewijsvoering bleek dat de verdachte hiervan op de hoogte was. Het cassatieberoep werd verworpen en het arrest van het hof bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor wederrechtelijk binnendringen in een besloten erf blijft in stand.