ECLI:NL:HR:2012:BW9985
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt voorwaardelijk opzet bij herhaalde zware mishandeling echtgenote
In deze strafzaak ging het om het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Leeuwarden waarin hij werd veroordeeld voor poging tot doodslag en meermalen opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toebrengen aan zijn echtgenote. Het hof had bewezen verklaard dat verdachte zijn echtgenote op 20 juli 2009 ernstig mishandelde door haar vast te pakken, op de grond te gooien en meermalen op haar buik te springen, en dat hij haar in de periode van 1997 tot 2009 herhaaldelijk met verschillende voorwerpen mishandelde.
Het bewijs bestond uit verklaringen van het slachtoffer, getuigenverklaringen, medische rapportages en de eigen bekentenissen van verdachte. De medische deskundige stelde vast dat het slachtoffer meerdere ribfracturen en een darmperforatie had opgelopen, die alleen door fors geweld konden zijn veroorzaakt. Het hof oordeelde dat verdachte de aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel en overlijden bewust had aanvaard, waarmee sprake was van voorwaardelijk opzet.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het oordeel van het hof. De klacht dat het bewijs onvoldoende zou zijn om het voorwaardelijk opzet te bewijzen wordt verworpen. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 3 juli 2012.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat verdachte voorwaardelijk opzet had bij het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan zijn echtgenote.