ECLI:NL:PHR:2016:1053
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring poging tot doodslag met voorwaardelijk opzet
De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf wegens poging tot doodslag en verboden wapenbezit. Hij had met een geladen pistool op zijn toenmalige vriendin geschoten, die daarbij ernstig gewond raakte. De verdachte voerde in cassatie aan dat het wapen per ongeluk was afgegaan en dat hij niet wist dat het geladen was.
Het hof achtte bewezen dat de verdachte bewust met het geladen wapen zwaaide, het richtte op het slachtoffer en de trekker overhaalde. De verklaringen van het slachtoffer en deskundigen ondersteunden dit. Het hof verwierp het verweer dat het wapen per ongeluk afging en oordeelde dat de verdachte zich bewust was van de aanmerkelijke kans op dodelijk letsel, wat voorwaardelijk opzet oplevert.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatiemiddel af. De Hoge Raad benadrukt dat voorwaardelijk opzet vereist dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het gevolg bewust heeft aanvaard. De Hoge Raad acht het oordeel van het hof dat dit hier het geval is, niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd. Ook het verweer dat het wapen per ongeluk afging, faalt vanwege de deskundige verklaringen en de omstandigheden.
De veroordeling tot vier jaar gevangenisstraf blijft daarmee in stand. De zaak illustreert de toepassing van het begrip voorwaardelijk opzet bij poging tot doodslag met een vuurwapen onder emotionele en ontremde omstandigheden.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor poging tot doodslag met voorwaardelijk opzet en verboden wapenbezit tot vier jaar gevangenisstraf.