ECLI:NL:HR:2012:BX0863
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- B.C. de Savornin Lohman
- W.F. Groos
- Y. Buruma
- J. Wortel
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn en bewijsbeoordeling in cassatie
In deze cassatieprocedure heeft de Hoge Raad het arrest van het Gerechtshof Arnhem van 16 december 2010 beoordeeld. De verdachte was in hoger beroep veroordeeld tot een gevangenisstraf waarvan de duur onderwerp van cassatie was.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof niet verplicht was om opnieuw te beslissen over het oproepen van twee getuigen die niet bij de rechter-commissaris waren verschenen, omdat aan dit verzoek reeds uitvoering was gegeven door verwijzing naar de rechter-commissaris. Tevens wordt geoordeeld dat het hof het arrest niet onrechtmatig heeft aangevuld met bewijsmiddelen en dat de klacht over denaturering van een getuigenverklaring faalt.
De Hoge Raad constateert dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden, waardoor de opgelegde gevangenisstraf ambtshalve wordt verminderd tot twaalf jaar en zes maanden. De overige middelen worden verworpen en het arrest wordt op deze wijze gewijzigd.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot twaalf jaar en zes maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn; overige klachten worden verworpen.