ECLI:NL:HR:2012:BX0901
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Redelijke schatting en proceskostenvergoeding bij navorderingsaanslagen en voeging van zaken
De zaak betreft navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en vermogensbelasting over meerdere jaren ten name van een erflater. De navorderingsaanslagen waren verhoogd met een boete en heffingsrente, welke na bezwaar door de Inspecteur gehandhaafd werden. Het hof verklaarde de beroepen gegrond voor de boeten en verhogingen en vernietigde de desbetreffende beschikkingen.
Belanghebbenden stelden cassatie in tegen het hofarrest. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de toepassing van zowel de 95%-norm als de factor 1,5 in het model voor de navorderingsaanslagen niet onredelijk zou zijn. Hierdoor werd het hofarrest vernietigd en verwezen naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.
Daarnaast behandelde de Hoge Raad de vraag over de berekening van proceskostenvergoeding bij voeging van zaken. Het hof had de vergoeding niet verhoogd ondanks voeging van meerdere zaken, wat volgens de Hoge Raad correct was omdat samenhangende zaken als één zaak worden beschouwd, waarbij de factor 1,5 pas bij vier of meer zaken geldt.
De Hoge Raad verklaarde het incidentele beroep van de Staatssecretaris ongegrond en veroordeelde de Staat tot vergoeding van griffierecht en kosten van het cassatieproces aan belanghebbenden.
Uitkomst: Het hofarrest wordt vernietigd vanwege onvoldoende motivering over de modelmatige berekening van navorderingsaanslagen en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof Amsterdam.