ECLI:NL:HR:2012:BX0914
Hoge Raad
- Cassatie
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Th. Groeneveld
- Rechtspraak.nl
Vaststelling vergoeding immateriële schade bij overschrijding redelijke termijn in belastinggeschil
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2003 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd met daarbij een beschikking heffingsrente. Na bezwaar werden deze door de inspecteur verminderd, maar de rechtbank vernietigde deze uitspraken en vermindering. Het hof vernietigde vervolgens het vonnis van de rechtbank, stelde de aanslag verder naar beneden bij en handhaafde de beschikking heffingsrente.
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het hofarrest. Kern van het geschil was of de lange duur van circa dertig maanden in de bezwaarfase aanleiding gaf tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat de lange duur niet tot vergoeding kon leiden zonder dit te beoordelen. Het arrest van 10 juni 2011 (nr. 09/05112) werd als maatstaf gehanteerd. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep gegrond, vernietigde het hofarrest voor zover het de immateriële schade betreft en verwees de zaak naar het gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling en beslissing.
De Hoge Raad gelastte tevens dat de Staat het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoedt. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest werd op 13 juli 2012 uitgesproken door raadsheren Feteris, Koopman en Groeneveld.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is gegrond verklaard, het hofarrest vernietigd voor zover het de vergoeding van immateriële schade betreft, en de zaak verwezen voor verdere behandeling.