ECLI:NL:HR:2012:BX4559
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vrijspraak wegens onvoldoende bewijs medeplegen woninginbraak
Op 24 juni 2006 vond een woninginbraak plaats waarbij onder meer een computer werd gestolen. Verdachte werd primair beschuldigd van medeplegen van deze inbraak en subsidiair van opzetheling of culpoze heling. Het bewijs berustte voornamelijk op verklaringen van twee broers die aangaven dat verdachte de gestolen computer had verkocht.
Tijdens de strafzitting trokken deze broers hun eerdere belastende verklaringen bij de politie in, waardoor het hof zich geen oordeel kon vormen over de betrouwbaarheid van deze verklaringen. Het hof oordeelde dat het wettige bewijsmateriaal onvoldoende overtuigend was om verdachte te veroordelen en sprak hem vrij.
De Advocaat-Generaal stelde cassatieberoep in, stellende dat het hof ten onrechte de verklaringen niet als bewijs had aanvaard. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof zijn vrijspraak voldoende had gemotiveerd en dat de motivering zelfstandig kon dragen. De verwijzing naar eerdere jurisprudentie deed hieraan niet af. Het cassatieberoep werd verworpen en de vrijspraak gehandhaafd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de vrijspraak wegens onvoldoende overtuigend bewijs van medeplegen woninginbraak.