ECLI:NL:HR:2012:BX5153
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Verwerping beroep cassatie inzake ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel
In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van betrokkene verworpen tegen een uitspraak van het Gerechtshof Leeuwarden van 3 maart 2011. Het geschil betrof een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Betrokkene, vertegenwoordigd door mr. M. t'Sas, stelde middelen van cassatie voor, maar deze werden door de Advocaat-Generaal verworpen.
De Hoge Raad overwoog dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering geen nadere motivering noodzakelijk was omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest werd gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter en de raadsheren W.F. Groos en J. Wortel, en uitgesproken op 2 oktober 2012. De Hoge Raad bevestigde daarmee het oordeel van het hof en wees het beroep af.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof Leeuwarden bevestigd.