ECLI:NL:PHR:2012:BX5153
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij drugsdelicten
In deze zaak gaat het om de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit meerdere drugsdelicten waarbij betrokkene een leidinggevende en coördinerende rol binnen de criminele organisatie vervulde. Het hof stelde het voordeel vast op €147.061,02, waarvan aan betrokkene 25% werd toegerekend. Betrokkene voerde in hoger beroep aan dat niet aannemelijk was dat hij tijdens zijn detentie voordeel had genoten en dat wisselkosten bij omwisseling van Duitse Marken in Nederlandse Guldens in mindering moesten worden gebracht.
Het hof verwierp het verweer dat betrokkene geen voordeel had genoten tijdens detentie, mede omdat hij samen met een medeverdachte een leidinggevende positie innam binnen de organisatie. Ook het verweer dat wisselkosten in mindering moesten worden gebracht werd afgewezen, omdat betrokkene niet aannemelijk had gemaakt dat deze kosten direct verband hielden met het delict.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd, de motivering toereikend is en dat het hof terecht het verweer heeft verworpen. Beide middelen van cassatie falen, waarna het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest wordt bevestigd met toedeling van wederrechtelijk verkregen voordeel aan betrokkene.