ECLI:NL:HR:2012:BX5591

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 oktober 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/01542
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 81 lid 2 ROWet versterking cassatierechtspraak
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Uitleg en toepassing van artikel 81 RO bij cassatieberoep in meervoudige kamer

In deze cassatieprocedure heeft Lowlands Beheer B.V. beroep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem. De zaak betreft de uitleg en toepassing van artikel 81 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering (RO), met name de nieuwe bepalingen ingevoerd bij de Wet versterking cassatierechtspraak.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen en arresten in de procedure en behandelt het cassatieberoep aan de hand van de conclusie van de Advocaat-Generaal, die tot verwerping van het beroep strekt. De klachten van Lowlands Beheer worden niet gegrond bevonden en leiden niet tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad benadrukt dat artikel 81 lid 2 RO Pro, ingevoerd per 1 juli 2012, de bestaande praktijk formaliseert dat cassatieberoepen worden behandeld door drie leden van een meervoudige kamer, maar niet uitsluit dat een meervoudige kamer van vijf leden toepassing kan geven aan artikel 81 lid 1 RO Pro.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee de uitleg en toepassing van de betreffende wetsartikelen in cassatieprocedures.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Lowlands Beheer B.V. wordt verworpen.

Uitspraak

5 oktober 2012
Eerste Kamer
12/01542
DV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
LOWLANDS BEHEER B.V.,
gevestigd te Arnhem,
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. H.H.M. Meijroos,
t e g e n
ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST RIVIERENLAND,
gevestigd te Arnhem,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. J.W.H. van Wijk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Lowlands Beheer en de Ontvanger.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 12/97 F van de rechtbank Arnhem van 27 januari 2012;
b. het arrest in de zaak 200.101.459 van het gerechtshof te Arnhem van 12 maart 2012.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft Lowlands Beheer beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Ontvanger heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (vgl. HR 27 juni 1997, LJN ZC2408, NJ 1998/82).
Opgemerkt wordt dat art. 81 lid 2 RO Pro, dat is ingevoerd bij Wet van 15 maart 2012, Stb. 116 (Wet versterking cassatierechtspraak) en in werking is getreden op 1 juli 2012, weliswaar bepaalt dat het cassatieberoep wordt behandeld en beslist door drie leden van een meervoudige kamer, maar dat deze bepaling blijkens de wetsgeschiedenis (Kamerstukken II 2010-2011, 32 576, nr. 6, p. 6 en nr. 7, p. 2) slechts de bestaande werkwijze van de Hoge Raad beoogt te formaliseren en dus niet uitsluit dat de Hoge Raad in een cassatieberoep dat wordt behandeld en beslist door een meervoudige kamer van vijf leden, toepassing geeft aan het bepaalde in art. 81 lid 1 RO Pro.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren J.C. van Oven, C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp en M.A. Loth, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president F.B. Bakels op 5 oktober 2012.