ECLI:NL:PHR:2012:BX5591
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over vereiste toestemming Minister van Financiën bij faillissementsaanvraag door ontvanger
In deze zaak is de besloten vennootschap Lowlands Beheer B.V. failliet verklaard op verzoek van de ontvanger van de Belastingdienst. Lowlands Beheer kwam hiertegen in beroep en vervolgens in cassatie bij de Hoge Raad. Kern van het geschil was of de ontvanger voor het aanvragen van het faillissement schriftelijke toestemming van het Ministerie van Financiën nodig heeft en of het ontbreken daarvan de aanvraag onrechtmatig maakt.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat de toestemming van de Minister geen constitutief vereiste is voor het aanvragen van faillissement door de ontvanger. De interne instructies van de Belastingdienst, waaronder de Instructie Invordering en Belastingdeurwaarders, zijn van administratieve aard en scheppen geen rechten voor derden.
Lowlands Beheer stelde dat de toestemming een lege huls is geworden en dat niet alle relevante feiten en omstandigheden aan het Ministerie zijn voorgelegd, waardoor de aanvraag onrechtmatig zou zijn. De Hoge Raad verwierp deze stelling en oordeelde dat het ontbreken van details in de toestemmingsaanvraag niet leidt tot onrechtmatigheid.
De conclusie van de Advocaat-Generaal was dan ook dat de klachten van Lowlands Beheer ongegrond zijn en dat het cassatieberoep moet worden verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Lowlands Beheer wordt verworpen; toestemming van het Ministerie is geen constitutief vereiste voor faillissementsaanvraag door de ontvanger.