ECLI:NL:HR:2012:BX7458

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 oktober 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/04542
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 1:401 lid 1 BW
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep inzake wijziging kinderalimentatie

In deze zaak stond de wijziging van kinderalimentatie centraal, waarbij de vrouw cassatieberoep instelde tegen een beschikking van het gerechtshof Amsterdam. De man stelde een voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep in. De Hoge Raad verwijst naar eerdere beslissingen van de rechtbank Utrecht en het gerechtshof Amsterdam.

De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het principaal beroep. De klachten van de vrouw werden door de Hoge Raad beoordeeld en niet ontvankelijk verklaard omdat zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.

Als gevolg hiervan werd het cassatieberoep van de vrouw verworpen en werd het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep van de man niet verder behandeld. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Hoge Raad, waarbij de beslissing in het openbaar werd uitgesproken.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen en het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep van de man komt niet aan de orde.

Uitspraak

19 oktober 2012
Eerste Kamer
11/04542
EE/EP
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie, verzoeker in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. G.R. den Dekker.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 279199/FA RK 09-7630 van de rechtbank Utrecht van 18 augustus 2010;
b. de beschikking in de zaak 200.077.353 van het gerechtshof te Amsterdam van 12 juli 2011.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. De man heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. Het cassatierekest, aanvullend cassatierekest en het verweerschrift tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
De man heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het principaal beroep.
De advocaat van de vrouw heeft bij brief van 21 september 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel in het principale beroep
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 19 oktober 2012.