ECLI:NL:HR:2012:BX8507
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- N. Jörg
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatieprocedure
In deze strafzaak werd het beroep in cassatie ingesteld door de verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. Het hof had vastgesteld dat de redelijke termijn in de eerste cassatieprocedure was overschreden, maar verbond hieraan geen nadere gevolgen vanwege de beperkte duur van de overschrijding en de voortvarende behandeling daarna.
De Hoge Raad toetste dit oordeel op begrijpelijkheid en bevestigde dat het hof niet onjuist had geoordeeld. Wel stelde de Hoge Raad vast dat in de huidige cassatiefase de stukken te laat waren ingezonden, waardoor ook hier sprake was van een overschrijding van de redelijke termijn.
Als gevolg hiervan vernietigde de Hoge Raad het deel van het arrest dat de duur van de gevangenisstraf betrof en verminderde de straf van vijftien jaar tot veertien jaar en elf maanden. Het overige beroep werd verworpen. De uitspraak benadrukt het belang van tijdige behandeling binnen de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot veertien jaar en elf maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.