ECLI:NL:HR:2012:BX8742
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest inzake onrechtmatige lichaamsinspectie bij insluitingsfouillering
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem over de rechtmatigheid van een bij verdachte aangetroffen hoeveelheid cocaïne tijdens een insluitingsfouillering op het politiebureau. De verdachte werd onderzocht aan het lichaam, waarbij een boterhamzakje met verdovende middelen uit zijn bilnaad werd gehaald. Het hof oordeelde dat dit onderzoek rechtmatig was en gebruikte het bewijs.
De verdediging stelde dat het bewijs onrechtmatig was verkregen omdat het onderzoek aan het lichaam niet was toegestaan zonder toestemming van de officier van justitie en dat het onderzoek niet viel onder de bevoegdheid van de Politiewet 1993. De Hoge Raad overweegt dat de Politiewet en de Ambtsinstructie alleen bevoegdheden verlenen voor het aftasten en doorzoeken van kleding, en het onder specifieke omstandigheden ontdoen van kleding, maar niet voor een onderzoek aan het lichaam.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof voor zover het de bewezenverklaring en strafoplegging betreft en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting. De overige onderdelen van het beroep worden verworpen. Dit arrest verduidelijkt de grenzen van de bevoegdheden bij insluitingsfouilleringen en bevestigt het belang van wettelijke grondslag voor lichamelijk onderzoek.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor de bewezenverklaring en strafoplegging en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.