ECLI:NL:HR:2012:BX9298
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over nietigheid cassatiedagvaarding wegens onjuiste sanctievermelding griffierecht
In deze zaak stelde eiser beroep in cassatie in tegen Roq Holding B.V., die niet is verschenen bij de zitting. Eiser verzocht verstek te verlenen tegen Roq Holding. De kern van het geschil betrof de vraag of de cassatiedagvaarding nietig is vanwege de vermelding van een niet toepasselijke sanctie bij niet tijdige betaling van griffierecht.
De cassatiedagvaarding vermeldde dat bij niet tijdige betaling van het griffierecht de rechter verstek verleent en het verweer buiten beschouwing blijft, terwijl volgens de wet alleen het verval van het recht om in cassatie te komen geldt. De Hoge Raad beantwoordde de vraag ontkennend, stellende dat deze onjuiste vermelding geen gebrek oplevert dat tot nietigheid leidt.
De Hoge Raad verwees daarbij naar de ratio van het voorschrift in art. 407 lid 2 Rv Pro, dat de verweerder op de hoogte moet worden gesteld van de sanctie die de wet aan niet tijdige betaling verbindt. Ook verwees de Hoge Raad naar een wetsvoorstel dat de sancties zou uitbreiden, maar dat was nog niet van kracht.
De Hoge Raad verleende verstek tegen Roq Holding en verwees de zaak naar de rol voor verdere procedure. Het arrest werd gewezen door de vice-president en vier raadsheren en op 5 oktober 2012 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat de onjuiste sanctievermelding in de cassatiedagvaarding geen nietigheid oplevert en verleent verstek tegen Roq Holding B.V.