ECLI:NL:HR:2012:BX9572
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- N. Jörg
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling medeplegen witwassen ondanks samenwoning ex-partners
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor het medeplegen van witwassen. Verdachte zou in de periode 2002 tot en met 2007 samen met anderen, waaronder zijn ex-partner, herhaaldelijk geldbedragen van in totaal €44.240,- hebben verborgen en gebruikt, waarvan bekend was dat deze afkomstig waren uit misdrijven.
Het hof baseerde zijn oordeel op diverse bewijsmiddelen, waaronder tapgesprekken waaruit bleek dat verdachte ondanks formele emigratie naar Spanje feitelijk samenwoonde met zijn ex-partner in een woning te Zandvoort, waar het geld werd aangetroffen. Verdachte kon geen aannemelijke verklaring geven voor het bezit van het geld.
De verdediging voerde aan dat verdachte niet als medepleger kon worden aangemerkt en dat het bewijs onvoldoende was. De Hoge Raad oordeelde dat het hof voldoende redenen had gegeven voor het niet aanvaarden van dit verweer en dat het bewijs toereikend was. Het cassatieberoep werd verworpen.
De Hoge Raad bevestigde daarmee het oordeel van het hof dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan het medeplegen van witwassen door het gewoonte maken daarvan. De vrijspraak van verdachte voor witwassen met betrekking tot de woningen bleef onbesproken omdat verdachte geen belang had bij cassatie daarop.
De uitspraak werd gewezen door vice-president Van Dorst en raadsheren De Savornin Lohman en Jörg op 13 november 2012.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van verdachte voor medeplegen van witwassen.