ECLI:NL:HR:2012:BY0969
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep in gedwongen schuldregeling zonder nadere motivering
In deze zaak stond een gedwongen schuldregeling centraal waarbij verzoekster cassatie instelde tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De zaak betrof onder meer de toepassing van artikel 287a van de Faillissementswet en de overlegging van stukken in het kader van de gedwongen schuldregeling.
De Hoge Raad verwees naar eerdere vonnissen en arresten in de feitelijke instanties, waaronder het vonnis van de rechtbank Middelburg en het arrest van het gerechtshof. De conclusie van de Advocaat-Generaal was gericht op verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat gezien artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering geen nadere motivering noodzakelijk was, omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarmee werd het cassatieberoep verworpen en bleef het arrest van het gerechtshof in stand. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer J.C. van Oven op 14 december 2012.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoekster wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.