ECLI:NL:HR:2013:1041

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 oktober 2013
Publicatiedatum
24 oktober 2013
Zaaknummer
13/01047
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 6:203 BW
Verwijzingen
5 uitgaand · 5 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep inzake terugbetaling onverschuldigd uitgekeerd wachtgeld

In deze zaak vordert eiser terugbetaling van onverschuldigd uitgekeerd wachtgeld van APG, de pensioenuitvoerder. De rechtbank Maastricht en het gerechtshof ’s-Hertogenbosch hebben eerder in het voordeel van APG geoordeeld. Eiser stelde cassatieberoep in tegen deze arresten.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en arresten en beoordeelt het cassatieberoep. De klachten van eiser worden niet gegrond bevonden en leiden niet tot het beantwoorden van nieuwe rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad wijst het beroep af en veroordeelt eiser in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee wordt de beslissing van het gerechtshof bekrachtigd en blijft de terugvordering van het onverschuldigd uitgekeerde wachtgeld door APG in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de terugvordering van onverschuldigd uitgekeerd wachtgeld door APG wordt bevestigd.

Uitspraak

25 oktober 2013
Eerste Kamer
13/01047
LZ/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. K. Aantjes,
t e g e n
APG ALGEMENE PENSIOEN GROEP N.V,
gevestigd te Heerlen,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. S.F. Sagel.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en APG.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 97275/HA ZA 04-1148 van de rechtbank Maastricht van 18 maart 2009 en 26 mei 2010;
b. de arresten in de zaak HD 200.073.218 en HD 200.073.218/01 van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van 12 juni 2012 en 20 november 2012.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de arresten van het hof van 12 juni 2012 en 20 november 2012 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
APG heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, alsmede door mr. L.E.H. van de Wouw-Scholz, advocaat te Amsterdam, voor APG.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 lid 1 RO Pro.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van APG begroot op € 2.552,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op
25 oktober 2013.