Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het tweede middel
3.Beoordeling van het derde middel
4.Slotsom
5.Beslissing
29 oktober 2013.
Hoge Raad
De verdachte werd veroordeeld voor het weigeren mee te werken aan een ademanalyse in het kader van rijden onder invloed, met een werkstraf van veertig uur, subsidiair twintig dagen hechtenis, en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor zes maanden. Het hof motiveerde de straf mede op basis van een eerdere veroordeling uit 1999 en een transactie uit 2009.
De Hoge Raad oordeelt dat de strafmotivering onvoldoende is omdat het Uittreksel Justitiële Documentatie geen steun biedt voor de vaststelling dat de verdachte in 2009 een transactie heeft betaald. Bovendien is het bewezen feit gepleegd vóór de datum van de transactie, waardoor het hof ten onrechte heeft aangenomen dat de transactie de verdachte niet weerhield van herhaling.
De Hoge Raad vernietigt daarom de strafoplegging en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam voor hernieuwde beoordeling van de strafoplegging. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging wegens onvoldoende motivering en verwijst de zaak terug naar het hof.