Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 16 april 2013, nr. 12/00031, betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2010 afgegeven Verklaring Arbeidsrelatie (VAR).
Hoge Raad
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) voor het jaar 2010.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende per aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een betalingstermijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is echter niet voldaan. Vervolgens is belanghebbende opnieuw schriftelijk verzocht om een verklaring omtrent het niet tijdig betalen van het griffierecht, maar deze brief werd onbestelbaar teruggezonden. Na adresverificatie is een gewone brief verzonden, waarop geen reactie volgde.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad heeft geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd en het arrest is op 1 november 2013 in het openbaar gewezen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.