Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
12 november 2013.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak stond het beroep in cassatie centraal tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. De verdachte en diens raadsman waren niet verschenen bij de terechtzitting in hoger beroep. Het hof verleende verstek aan de verdachte en baseerde zich op een aantekening op de dagvaarding dat een afschrift aan de raadsman was verstrekt.
De Hoge Raad overwoog dat op grond van eerdere jurisprudentie (HR 1 juli 1997, NJ 1997/675) de enkele aantekening op de dagvaarding niet volstaat om te concluderen dat het voorschrift van art. 51 Sv Pro is nageleefd. De rechter moet onderzoeken of het afschrift daadwerkelijk aan de raadsman is verzonden.
In deze zaak bleek niet dat het hof dat onderzoek had verricht. Dit gebrek leidt tot nietigheid van het onderzoek in hoger beroep. Daarom kon het arrest niet in stand blijven en werd het vernietigd.
De zaak werd terugverwezen naar het Gerechtshof Amsterdam om het hoger beroep opnieuw te behandelen en af te doen, waarbij het hof het vereiste onderzoek dient te verrichten.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.