Uitspraak
Stichting [X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te Amsterdamvan 1 maart 2012, nr. 10/00686, betreffende een aanslag in de onroerendezaakbelastingen.
Hoge Raad
Belanghebbende, een stichting die verzorging en verpleging biedt aan ouderen, had voor het jaar 2006 een aanslag onroerendezaakbelasting ontvangen voor een pand in Amsterdam. Zij verzocht om vermindering van deze aanslag op grond van artikel 220f, lid 8, van de Gemeentewet, omdat een deel van het pand hoofdzakelijk als woning diende. De heffingsambtenaar wees dit verzoek af.
De Rechtbank Amsterdam stelde belanghebbende in het gelijk en bepaalde dat de aanslag verminderd moest worden. Het hof Amsterdam vernietigde deze uitspraak echter en oordeelde dat de verzorgings- en verpleegfunctie in het pand zo overheersend was dat er geen sprake was van een deel dat hoofdzakelijk tot woning diende.
De Hoge Raad stelde belanghebbende in het gelijk en vernietigde het arrest van het hof. De Hoge Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank dat het deel van het pand dat hoofdzakelijk tot woning dient recht geeft op vermindering van de aanslag. Tevens werd het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt vermindering van de onroerendezaakbelasting omdat het deel van het pand hoofdzakelijk tot woning dient.