Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
2 juli 2013.
Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte die werd veroordeeld voor het niet verzekeren van een motorvoertuig overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen. Het hof legde een geldboete en voorwaardelijke hechtenis op, waarbij het uitging van een gewijzigde sanctieregelgeving en beleidsregels van het Openbaar Ministerie.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onjuist heeft geoordeeld dat beleidswijzigingen van het OM en de richtlijn van 1 januari 2012 een 'verandering in de wetgeving' in de zin van art. 1, tweede lid, Sr vormen. Dit artikel bepaalt dat bij wetswijzigingen de gunstigste regeling voor de verdachte moet worden toegepast, maar beleidsregels en richtlijnen van het OM vallen hier niet onder.
De Hoge Raad vernietigt daarom het deel van het arrest dat de strafoplegging betreft en verwijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe berechting en beslissing over de straf. Het overige van het arrest blijft in stand. Hiermee wordt bevestigd dat beleidswijzigingen niet automatisch leiden tot toepassing van nieuwere, mogelijk zwaardere sanctieregels.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor wat betreft de strafoplegging en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.