Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2013:1468

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 november 2013
Publicatiedatum
29 november 2013
Zaaknummer
12/05716
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 332 lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling beroep in cassatie na vermindering van eis in eerste aanleg

In deze zaak heeft eiser beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam, waarin het hof een eerdere uitspraak van de kantonrechter bevestigde. De procedure betreft een civiele zaak waarin de eis in eerste aanleg was verminderd. Verweerster is in cassatie verstek gebleven. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad heeft de aangevoerde klachten van eiser beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering was geen nadere motivering vereist, omdat de klachten niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzaken.

Daarom heeft de Hoge Raad het beroep van eiser verworpen en hem veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, die aan de zijde van verweerster tot nihil zijn begroot. Het arrest is gewezen door de raadsheren Streefkerk, Heisterkamp en Snijders en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Loth op 29 november 2013.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en hij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

29 november 2013
Eerste Kamer
nr. 12/05716
EV/NH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaten: mr. H.H.M. Meijroos en mr. A. Ramsoedh,
t e g e n
[verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerster].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 1332115 KK EXPL 12-315 van de kantonrechter te Amsterdam van 19 maart 2012;
b. het arrest in de zaak 200.105.715/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 29 mei 2012.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerster] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op
29 november 2013.